ECLI:NL:CRVB:2008:BD5837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vordering wegens niet tijdig inleveren OV-studentenkaart wegens ontbreken beslissing hardheidsclausule
Appellant volgde een opleiding in Nederland en ontving een OV-vergoeding voor een periode waarin hij een opleidingsonderdeel in het buitenland volgde. Omdat hij zijn OV-studentenkaart niet tijdig had ingeleverd, stelde de IB-Groep een vordering wegens onterecht kaartbezit vast. Appellant maakte bezwaar tegen deze vordering, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. In het bestreden besluit werd appellant een mogelijkheid geboden om de reisvoorziening in te trekken en terug te betalen, waarna de schuld zou vervallen.
Appellant stelde in hoger beroep dat het bestreden besluit onvolledig was omdat niet was beslist op zijn verzoek om toepassing van de hardheidsclausule en dat de rechtbank het besluit had moeten vernietigen. De Raad oordeelde dat het aanbod in het postscriptum geen gedeeltelijke tegemoetkoming betekende en dat de vordering in overeenstemming was met de wettelijke bepalingen. Wel stelde de Raad vast dat het bestreden besluit niet had beslist op het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule, wat strijdig is met artikel 7:11 van Pro de Awb.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand. De IB-Groep had in hoger beroep gemotiveerd dat de hardheidsclausule niet toegepast hoefde te worden omdat geen bijzondere omstandigheden waren en appellant voldoende was geïnformeerd over de inleverplicht. De Raad wees een proceskostenveroordeling af omdat de verleende rechtsbijstand familierelatie betrof.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens het ontbreken van een beslissing op het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.