ECLI:NL:CRVB:2008:BD5859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens werknemersfraude door onjuiste opgave gewerkte uren
Appellant werkte als visverwerker en ontving gedurende een periode een WW-uitkering. Naar aanleiding van een vermoeden van uitkeringsfraude bij werknemers van zijn werkgever, een visfileerbedrijf, stelde het UWV een onderzoek in. Hieruit bleek dat de werkgever contracten had aangepast en werkbriefjes onjuist invulde om WW-uitkeringen te verkrijgen, waarbij werknemers deels loon en deels WW-uitkering ontvingen terwijl zij volledig werkten.
Appellant had zijn werkbriefjes door de werkgever laten invullen en ondertekende deze zonder controle, mede vanwege taalproblemen. Het UWV trok de WW-uitkering over de periode 1994-2000 in en vorderde onterecht betaalde uitkeringen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden en terecht werd teruggevorderd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet verantwoordelijk was voor de onjuiste invulling en dat het UWV de bewijslast droeg. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat zijn werkzaamheden invloed hadden op zijn recht op uitkering en dat hij de inlichtingenplicht had geschonden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de WW-uitkering bevestigd.