ECLI:NL:CRVB:2008:BD5880
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontslag wegens nalatigheid tijdens wachtdienst
Verzoeker was militair bij de Koninklijke Marechaussee en vervulde de functie van beveiligingsambtenaar. Tijdens een wachtdienst op 17 oktober 2005 werd vastgesteld dat verzoeker enige tijd niet alert en niet waakzaam was, doordat hij en een collega achterover in hun stoelen zaten terwijl een kolonel het gebouw wilde verlaten maar niet werd binnengelaten.
De staatssecretaris verleende verzoeker ontslag wegens verregaande nalatigheid. Na vernietiging van het eerste besluit door de rechtbank werd het ontslagbesluit opnieuw gehandhaafd. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de nalatigheid voldoende was vastgesteld.
Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om zijn werkzaamheden te hervatten. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er weliswaar sprake was van spoedeisend belang, maar dat niet aannemelijk was dat het hoger beroep tot vernietiging van de rechtsgevolgen zou leiden. De voorzieningenrechter concludeerde dat de staatssecretaris terecht van zijn ontslagbevoegdheid gebruik heeft gemaakt en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens nalatigheid wordt afgewezen.