ECLI:NL:CRVB:2008:BD5884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens onvoldoende bewijs schending inlichtingenplicht
Appellant werkte van 1993 tot 2000 bij een visverwerkingsbedrijf en ontving tussen 1995 en 2000 een WW-uitkering. Het UWV startte een fraudeonderzoek naar mogelijke misbruik van WW-uitkeringen binnen het bedrijf, waarbij bleek dat contracten werden aangepast en werkbriefjes onjuist werden ingevuld om WW-rechten te waarborgen.
Op basis van dit onderzoek trok het UWV de WW-uitkering van appellant in en vorderde onterecht betaalde bedragen terug. De rechtbank oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden omdat hij zijn handtekening zette onder onjuist ingevulde werkbriefjes.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn werkbriefjes correct waren ingevuld en dat hij deze controleerde voordat hij tekende. De Raad concludeerde dat er onvoldoende bewijs was dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden, mede omdat verklaringen van appellant en de directeur consistent waren en het UWV geen concreet voorbeeld van onjuistheden kon geven. De Raad vernietigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van de WW-uitkering en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de WW-uitkering wordt vernietigd.