ECLI:NL:CRVB:2008:BD5889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens onvoldoende bewijs schending inlichtingenplicht
Appellant werkte van 1993 tot 2001 als visverwerker en ontving gedurende een deel van die periode een WW-uitkering. Naar aanleiding van een onderzoek naar mogelijke uitkeringsfraude bij de werkgever, waarbij administratie werd onderzocht en verklaringen werden verzameld, concludeerde het Uwv dat appellant onjuiste werkbriefjes had ingediend en daardoor ten onrechte WW-uitkering ontving. Het Uwv trok de uitkering in en vorderde onverschuldigde betalingen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant verantwoordelijk was voor de onjuiste invulling van werkbriefjes, ook al was hij mogelijk te goeder trouw. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de werkbriefjes correct waren ingevuld en dat hij zijn inlichtingenplicht niet had geschonden.
De Raad stelde vast dat appellant verklaarde de werkbriefjes te controleren en dat er geen concrete gegevens waren die aantonen dat zijn verklaringen onjuist waren. Hierdoor was onvoldoende grond om te concluderen dat appellant zijn verplichtingen had geschonden. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en de besluiten van het Uwv, herroept de intrekking en terugvordering en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de WW-uitkering worden vernietigd en de besluiten herroepen wegens onvoldoende bewijs van schending inlichtingenplicht.