ECLI:NL:CRVB:2008:BD5890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste vaststelling inlichtingenplicht
Appellante werkte van 1993 tot 2000 als visverwerkster en ontving gedurende een deel van die periode een WW-uitkering. Het UWV startte een fraudeonderzoek naar de werkgever en zijn werknemers, waarbij werd vastgesteld dat werkbriefjes mogelijk onjuist werden ingevuld om WW-rechten te behouden. De rechtbank oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de uitkering werd ingetrokken en teruggevorderd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar werkbriefjes correct waren ingevuld en dat zij en haar echtgenoot de ingevulde uren controleerden voordat zij tekende. De Raad overwoog dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante onjuiste gegevens had verstrekt. Het enkele feit dat andere werknemers mogelijk frauduleus handelden, was onvoldoende bewijs tegen appellante.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept de besluiten van het UWV en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de kosten van appellante. Hiermee werd bevestigd dat appellante niet tekort was geschoten in haar inlichtingenplicht en dat de intrekking en terugvordering onterecht waren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de WW-uitkering wordt vernietigd.