ECLI:NL:CRVB:2008:BD6147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering en intrekking ZW-uitkering met medische en arbeidskundige gronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen twee uitspraken van de rechtbank Zwolle-Lelystad over de weigering van een WAO-uitkering en de intrekking van een ZW-uitkering. De Raad heeft het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV beoordeeld en geoordeeld dat dit onderzoek adequaat en zorgvuldig is uitgevoerd. De Raad concludeert dat de medische beperkingen van appellante niet zodanig zijn dat zij recht heeft op een WAO-uitkering vanaf 28 december 2003.
De Raad overweegt dat de arbeidskundige beoordeling voldoende gemotiveerd is, met name ten aanzien van het maatmanloon en de afwezigheid van een dertiende maand en winstuitkering. De overschrijding van de wettelijke beslistermijn door het UWV leidt niet tot vernietiging van de uitspraak omdat appellante geen schade heeft geleden.
Ten aanzien van de intrekking van de ZW-uitkering per 20 februari 2006 oordeelt de Raad dat de medische rapportages geen aanleiding geven tot een andere conclusie dan de rechtbank. Het verzoek van appellante tot schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering en intrekking van de ZW-uitkering worden bevestigd.