ECLI:NL:CRVB:2008:BD6194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding bij Abw-uitkering
Appellant had een Abw-uitkering aangevraagd en kreeg een maatregel opgelegd waarbij de uitkering met 100% werd verlaagd wegens het niet aanvaarden van passende arbeid en het niet behouden van werk door eigen toedoen. Na bezwaar werd de maatregel deels gewijzigd, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en deels ongegrond. Tegen het ongegrond verklaarde deel stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).
De CRvB oordeelde dat het hoger beroep tegen het besluit van 14 april 2004 niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de beroepstermijn. De termijn begon te lopen op 15 april 2004 en eindigde op 26 mei 2004, maar het beroepschrift werd pas op 17 juni 2005 ingediend. De Raad stelde vast dat het verzuim van de gemachtigde aan appellant moet worden toegerekend, aangezien hij de belangenbehartiging aan die gemachtigde had toevertrouwd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De Raad overwoog ook dat de onjuiste rechtsmiddelvoorlichting door het College niet voldoende was om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.