ECLI:NL:CRVB:2008:BD6196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- M.J. Bernhagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor schuldenlast wegens voldoende middelen
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand ter vergoeding van een schuld van €1.500,- aan een derde voor begrafeniskosten die niet door de verzekering werden gedekt. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af op grond van artikel 13, eerste lid, onder f, van de WWB, omdat appellante beschikte over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad overwoog dat de aanvraag terecht als een aanvraag voor schuldenlast werd aangemerkt en dat geen sprake was van zeer dringende redenen die bijzondere bijstand konden rechtvaardigen volgens artikel 49, aanhef en onder b, van de WWB.
De Raad stelde vast dat de schuld aan een derde bestond en dat appellante ten tijde van het ontstaan van de schuld en het indienen van de aanvraag beschikte over voldoende middelen. Er was geen afgewezen aanvraag voor schuldsaneringskrediet en de aangevoerde omstandigheden voldeden niet aan de criteria voor bijzondere bijstand. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde het besluit van het College.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand omdat appellante beschikte over middelen om in de noodzakelijke kosten te voorzien.