ECLI:NL:CRVB:2008:BD6246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies sociale verzekeringen
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, waarin hij werd gehouden tot hoofdelijke aansprakelijkheid voor onbetaalde premies sociale verzekeringen van een commanditaire vennootschap waarvan hij bestuurder was. De Raad beoordeelde de aansprakelijkheid aan de hand van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) en stelde vast dat de inschrijving in het Handelsregister leidend is voor de vraag wie bestuurder is. Appellant slaagde er niet in te bewijzen dat hij vanaf 23 juni 1997 geen beherend vennoot meer was.
De Raad verwierp het onderscheid tussen 'papieren' en 'echte' bestuurders en benadrukte dat de aansprakelijkheid niet kan worden ontlopen door bestuurders te benoemen die feitelijk geen leiding geven. Ook werd geoordeeld dat het recht tot invordering niet is verjaard en dat er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, mede omdat het UWV tijdig aansprakelijk heeft gesteld na het vaststaan van de primaire premievordering.
Verder oordeelde de Raad dat appellant niet in zijn verdediging is geschaad door het niet eerder betrekken in de procedure tegen de primair premieplichtige, omdat hij toen nog geen rechtstreeks belang had. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant voor de onbetaalde premies en verklaart zijn beroep ongegrond.