ECLI:NL:CRVB:2008:BD6255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering gesloten buitenwagen op grond van adequaatheid en vervoersbehoefte
Betrokkene vroeg op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) een gesloten buitenwagen aan met vervoerskostenvergoeding. Het Regionaal Indicatie Orgaan Tot&Met gaf medisch advies dat betrokkene geïndiceerd was voor een gesloten buitenwagen vanwege haar beperkte loopafstand en weersgevoeligheid. De gemeente Amsterdam wees de aanvraag af met het argument dat betrokkene gebruik kon maken van het aanvullend openbaar vervoer (AOV) en een financiële vergoeding voor zeer korte afstanden.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en bepaalde dat de gemeente een gesloten buitenwagen met vergoeding moest verstrekken. De gemeente stelde hoger beroep in, stellende dat het aan haar was om de goedkoopste adequate voorziening te bieden en dat het AOV in combinatie met een vergoeding volstond.
De Raad overwoog dat een weigering van de gesloten buitenwagen niet uitsluitend gebaseerd mag zijn op het gebruik van het AOV, omdat dit niet voorziet in vervoer over zeer korte afstanden. De medische adviezen van Tot&Met werden gevolgd, omdat de gemeente onvoldoende had gemotiveerd waarom het advies van Argonaut, dat geen indicatie voor een gesloten buitenwagen gaf, zwaarder woog. Ook werd geoordeeld dat de financiële vergoeding van €150 niet adequaat was, mede omdat deze niet was gebaseerd op een onderzoek naar de vervoersbehoefte.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde de gemeente in de proceskosten en bepaalde dat de gemeente griffierecht moest betalen. Hiermee werd de verstrekking van een gesloten buitenwagen met bijbehorende vergoeding aan betrokkene bevestigd.
Uitkomst: De gemeente Amsterdam moet betrokkene een gesloten buitenwagen met vervoerskostenvergoeding verstrekken vanaf 9 september 2004.