ECLI:NL:CRVB:2008:BD6266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 10 december 2003 door het Uwv, omdat hij meende dat zijn klachten en beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De Raad heeft het rapport van de bezwaarverzekeringsarts Stammers van 23 februari 2005 beoordeeld, die op basis van diverse medische rapportages en informatie concludeerde dat appellant niet ongeschikt was voor zijn werk als opleidingscoördinator gedurende 36 uur per week. De Raad vond geen aanleiding om dit oordeel te wijzigen, ondanks aanvullend commentaar van de behandelend arts dr. Busard over de diagnose fibromyalgie en vermeende beperkingen.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig en diepgaand was en dat de medische informatie van appellant onvoldoende leidde tot een andere conclusie. De Raad deelt dit oordeel en bevestigt dat het Uwv terecht de WAO-uitkering heeft ingetrokken. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 10 december 2003 wordt bevestigd wegens onvoldoende medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid.