ECLI:NL:CRVB:2008:BD6291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ANW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg een nabestaanden- en halfwezenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende aanvankelijk een uitkering toe, maar beëindigde deze toen haar jongste kind 18 jaar werd. Vervolgens werd onderzocht of appellante op grond van arbeidsongeschiktheid recht had op een uitkering.
Een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat appellante niet voor 45% of meer arbeidsongeschikt was. De Svb weigerde daarom de ANW-uitkering. Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zij bereid was tot nadere keuring. Ook stelde zij dat zij wel medische gegevens had aangeleverd.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de vastgestelde belastbaarheid terecht was vastgesteld. Appellante had geen nieuwe medische gegevens overgelegd die tot een ander oordeel zouden leiden. Ook was de rechtbank terecht tot de conclusie gekomen dat het bestreden besluit gehandhaafd kon blijven. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de ANW-uitkering bevestigd.