ECLI:NL:CRVB:2008:BD6348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing toekenning WAO-uitkering en eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant, in dienst als chauffeur, werd op staande voet ontslagen, wat later nietig werd verklaard. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd een WAO-uitkering toegekend. De werkgeefster maakte bezwaar tegen de toekenning en stelde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onjuist was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek onvolledig was en dat onduidelijkheid bestond over de ziekmelding en WW-uitkering. Appellant stelde dat het onderzoek wel zorgvuldig was en dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag correct was vastgesteld.
De Raad concludeerde dat appellant zich op 5 februari 2003 ziek had gemeld, maar dat het UWV ten onrechte de datum wijzigde naar 3 februari 2003 zonder verklaring. Het medisch onderzoek was onvoldoende zorgvuldig, met summiere gegevens en onduidelijkheid over de ernst en behandeling van de psychische klachten. Het besluit van 13 december 2006 werd vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het hoger beroep van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek en onjuiste datumvaststelling; het UWV dient een nieuw besluit te nemen.