ECLI:NL:CRVB:2008:BD6372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, per 4 mei 2005 in te trekken omdat de arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beperkingen correct waren vastgesteld en dat appellant in staat was de werkzaamheden van de geduide functies te verrichten. Appellant voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan en stelde dat het verlies aan verdiencapaciteit afgerond moest worden naar 15% in plaats van 14,96%.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en verwierp het verzoek tot afronding, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. Nieuwe stukken en de hernieuwde toekenning van een WAO-uitkering aan appellant sinds 22 augustus 2006 leidden niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.