ECLI:NL:CRVB:2008:BD6377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid ondanks voetklachten
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering van 80 tot 100% wegens psychische klachten. In 2005 werd deze uitkering ingetrokken omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht, maar na bezwaar werd de uitkering per 18 augustus 2005 voortgezet op 80-100%. Vervolgens werd de uitkering per 11 januari 2006 herzien naar 55-65% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellant in staat werd geacht om bepaalde functies te verrichten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, met name op het gebied van lopen, werden onderschat en dat de functie van postbode ongeschikt voor hem was.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank. De medische rapportages toonden aan dat voetklachten en orthopedisch schoeisel waren meegewogen. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) gaf aan dat appellant beperkt was in lopen, maar binnen de belastbaarheid viel die nodig was voor de functies die hem werden voorgehouden. Appellant kon zijn stelling onvoldoende onderbouwen met objectieve medische gegevens.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.