ECLI:NL:CRVB:2008:BD6493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na correcte medische beoordeling
Appellante betwistte de intrekking van haar WAO-uitkering en voerde aan dat het UWV ten onrechte concludeerde dat zij arbeid kon verrichten. Zij stelde dat haar medische situatie onveranderd was en dat eerdere medische expertise onjuist was gepasseerd. De rechtbank oordeelde echter dat een volledig en zorgvuldig medisch onderzoek had plaatsgevonden, waarbij zowel verzekeringsarts als bezwaarverzekeringsarts haar lichamelijk hadden onderzocht en een ander medisch oordeel motiveerden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grief en bracht een rapport van haar orthopedisch chirurg in, die zich grotendeels kon vinden in het oordeel van de verzekeringsarts, maar met enige reserve vanwege het ontbreken van een arbeidsdeskundigenrapport. De Raad benoemde een onafhankelijke orthopedisch chirurg als deskundige, die na onderzoek en röntgenfoto's concludeerde dat het belastbaarheidspatroon correct was vastgesteld en dat appellante geschikt was voor de geselecteerde functies.
De Raad verwierp de bezwaren tegen het deskundigenrapport, stelde vast dat de medische grondslag van het besluit juist was en dat het beroep van appellante ongegrond was. De intrekking van de WAO-uitkering werd bevestigd, waarbij geen toepassing werd gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens correcte medische en arbeidskundige beoordeling.