ECLI:NL:CRVB:2008:BD6513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.G. Treffers
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid minister tot verrekening van teruggevorderd wachtgeld met lopende uitkering
Appellant ontving sinds zijn ontslag in 1993 wachtgeld. In 1998 werd een bedrag van f 4.347,25 aan teveel ontvangen wachtgeld teruggevorderd vanwege neveninkomsten. De minister besloot in 1999 dit bedrag in acht termijnen te verrekenen met de lopende wachtgelduitkering. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en beroep.
In 2006 besloot de minister opnieuw tot verrekening, wat appellant aanvocht. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij meende dat de brief van 9 februari 2006 geen besluit in de zin van de Awb was. De Raad stelde echter vast dat het eerdere besluit van 1999 onherroepelijk was en dat de minister op grond van de Ambtenarenwet bevoegd bleef tot verrekening.
De Raad oordeelde dat de termijn van vijf jaar na het onherroepelijk worden van het besluit in 2003 opnieuw begon te lopen en dat het besluit van 2006 binnen deze termijn viel. Ook werd geoordeeld dat de verrekening redelijk was gezien de hoogte van het wachtgeld en de beslagvrije voet. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het verrekeningsbesluit is ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.