ECLI:NL:CRVB:2008:BD6631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en intrekking bijstandsuitkering op grond van WWB
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en appellant als alleenstaande, waarbij appellant als kostganger werd aangemerkt. Naar aanleiding van een anonieme melding over hun activiteiten is een onderzoek ingesteld dat leidde tot de intrekking van de bijstand aan appellante en terugvordering van kosten.
De Raad overweegt dat sprake is van een gezamenlijke huishouding op grond van wederzijdse zorg, waarbij financiële verstrengeling en andere gezamenlijke activiteiten zoals boodschappen doen en het gebruik van elkaars bezittingen een rol spelen. De stelling van appellante dat haar verklaring onder druk is afgelegd wordt verworpen.
De Raad concludeert dat de situatie niet duidt op een kostgangersrelatie of twee zelfstandige huishoudens, maar op een verbondenheid die de grenzen van een commerciële relatie overschrijdt. De intrekking van de bijstand en terugvordering zijn daarom terecht en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering door het College worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.