ECLI:NL:CRVB:2008:BD6784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wegens inkomen uit arbeid
Appellant ontving sinds 25 januari 2000 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Naar aanleiding van een rapport en proces-verbaal over werknemersfraude heeft het Uwv op 29 november 2004 besluiten genomen waarbij de WAO-uitkering over diverse perioden werd aangepast en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten grotendeels ongegrond en niet-ontvankelijk. In hoger beroep richtte appellant zich alleen op het oordeel over de periode van 25 januari 2000 tot 1 juli 2000 en stelde dat het door de belastingdienst aan het Uwv doorgegeven inkomen niet juist was, zonder dit te onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank over de werkzaamheden, het inkomen en de terugvordering over genoemde periode. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering bevestigd.