ECLI:NL:CRVB:2008:BD6807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Betrokkene ontving sinds 1988 een WAO-uitkering wegens rugklachten en was voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard. In 2004 concludeerde een neurochirurg dat er geen medisch objectiveerbare beperkingen waren, waarop de verzekeringsarts betrokkene als normaal belastbaar achtte, met uitzondering van beperkingen bij achterover kijken. De arbeidsdeskundige stelde dat betrokkene geschikt was voor diverse functies, wat leidde tot intrekking van de WAO-uitkering in 2005.
Betrokkene voerde in bezwaar en beroep aan dat een diagnose van Chiari malformatie type II haar klachten verklaart en dat ondanks het ontbreken van medische objectivering toch arbeidsongeschiktheid moet worden aangenomen. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivatie van de bezwaarverzekeringsarts.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende heeft gemotiveerd waarom de diagnose geen aanleiding geeft tot het herzien van de belastbaarheid. De arbeidskundige rapportage uit 2007 ondersteunt de geschiktheid voor functies. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.