ECLI:NL:CRVB:2008:BD6987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens te late ziekmelding bij einde dienstverband
Appellante was werkgever van een werkneemster die van 15 april 2004 tot 31 december 2004 in dienst was. Het UWV ontving de ziekmelding van de werkneemster pas op 6 juli 2005, terwijl de ziekmelding volgens de Ziektewet uiterlijk op de laatste werkdag van het dienstverband had moeten plaatsvinden.
Het UWV legde een boete van €454 op wegens het niet tijdig melden van de ziekte, aangezien de aangifte 187 kalenderdagen te laat was. Appellante voerde aan dat zij de werkneemster al eerder ziek had gemeld en het UWV op de hoogte had gesteld van het einde van het dienstverband, waardoor een tweede melding niet nodig was.
De Raad oordeelde dat deze eerdere melding niet aannemelijk was gemaakt en dat de verplichting tot tijdige ziekmelding uit het tweede lid van artikel 38 ZW Pro niet was nagekomen. De boete werd daarom bevestigd en het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete van €454 wegens te late ziekmelding bij het einde van het dienstverband wordt bevestigd.