ECLI:NL:CRVB:2008:BD7010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling medische en arbeidskundige geschiktheid
Appellante, die sinds 1998 arbeidsongeschikt was verklaard vanwege een depressie met randpsychotische kenmerken, kreeg na een vijfdejaars herbeoordeling in 2004 een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld die haar belastbaarheid aanzienlijk hoger inschatte dan bij de oorspronkelijke toekenning van de WAO-uitkering. Op basis van deze FML selecteerde een arbeidsdeskundige functies die appellante nog zou kunnen vervullen, wat leidde tot een intrekking van haar uitkering per 18 februari 2005.
De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige beoordeling en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen. Het UWV handhaafde echter het besluit na een nieuwe beoordeling door bezwaararbeidsdeskundigen, die concludeerden dat de geselecteerde functies passend waren en de belastbaarheid van appellante niet overschreden.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische en arbeidskundige beoordelingen onvoldoende waren en verzocht om benoeming van een psychiatrisch deskundige. De Raad oordeelde dat de medische gegevens geen aanleiding gaven tot een ander oordeel dan de eerdere rapportages en dat de arbeidskundige motivering voldeed aan de vereisten van inzichtelijkheid en toetsbaarheid.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.