ECLI:NL:CRVB:2008:BC3237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijzondere belasting in het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem bij WAO-schattingsbesluit
Betrokkene was sinds 1997 arbeidsongeschikt wegens hartklachten en ontving een WAO-uitkering die in 2004 werd herzien van 80-100% naar 65-80% arbeidsongeschiktheid. Het besluit was gebaseerd op medische en arbeidskundige beoordelingen die stelden dat betrokkene maximaal 4 uur per dag kon werken. Betrokkene voerde aan dat hij vanwege vermoeidheidsklachten niet tot deze arbeidsduur in staat was. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering omtrent de zogenaamde bijzondere belasting in het CBBS, met name over de vraag of deze belasting een overschrijding van de belastbaarheid van betrokkene betekende.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het begrip bijzondere belasting binnen het CBBS een specifieke betekenis heeft die niet automatisch wijst op een overschrijding van de belastbaarheid. Bij tweekeuzepunten en meerkeuzepunten in het systeem leidt een bijzondere belasting alleen tot een signalering of afwijzing indien betrokkene op dat aspect beperkt is. De Raad volgt appellant in de uitleg dat het CBBS adequaat functioneert en dat de rechtbank ten onrechte het bestreden besluit als onvoldoende gemotiveerd heeft beoordeeld.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag en de passendheid van de functies, maar handhaaft de vernietiging van het besluit vanwege de motiveringsvereisten. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven echter in stand. Er worden geen proceskosten toegekend in hoger beroep.
Uitkomst: De vernietiging van het bestreden besluit blijft in stand, maar de rechtsgevolgen van dat besluit blijven ongewijzigd.