ECLI:NL:CRVB:2008:BD7179

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/6656 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6:5 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens tijdige indiening beroepsgronden tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar de Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de beroepsgronden niet binnen de gestelde termijn van vier weken waren ingediend.

In de verzetprocedure kwam echter vast te staan dat de gemachtigde van appellant de beroepsgronden reeds tijdig per fax had ingediend, namelijk op 3 januari 2008. Hierdoor was voldaan aan de vereisten van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Tevens werd het College veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant ten bedrage van €161,--.

De uitspraak werd gedaan door rechter G.A.J. van den Hurk op 30 juni 2008, in aanwezigheid van griffier R.B.E. van Nimwegen.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet; het College wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

07/6656 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 oktober 2007, 07/427 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. S. Mathoerapersad, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 25 maart 2008 heeft de Raad het namens appellant ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft mr. Mathoerapersad namens appellant verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 25 maart 2008 berust hierop, dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat de gronden, waarop het hoger beroep berust, niet binnen de bij brief van 7 januari 2008 gestelde termijn van vier weken zijn ingediend en dat op grond van de beschikbare gegevens niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het kader van de verzetprocedure is komen vast te staan dat voornoemde gemachtigde de gronden van het hoger beroep reeds per fax op 3 januari 2008 bij de Raad heeft ingediend. Naar het oordeel van de Raad heeft voornoemde gemachtigde derhalve tijdig aan het gestelde in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb voldaan.
Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 25 maart 2008 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad ziet voorts aanleiding het College te veroordelen in de in het kader van de verzetprocedure gemaakte proceskosten. Deze kosten worden begroot op € 161,-- voor verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond;
Veroordeelt het College in de in het kader van de verzetprocedure gemaakte proceskosten van appellant tot een bedrag van € 161,--, te betalen door de gemeente Amsterdam.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2008.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) R.B.E. van Nimwegen.
IJ