ECLI:NL:CRVB:2008:BD7195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag politieambtenaar wegens rijden onder invloed alcohol
Appellant, een brigadier bij de politieregio, werd op 4 oktober 2005 staande gehouden wegens rijden met een alcoholgehalte van 345 microgram per liter uitgeademde lucht, ruim boven de toegestane grens van 220 microgram. Hij accepteerde een strafrechtelijk transactieaanbod en kreeg een rijverbod opgelegd. Naar aanleiding van een disciplinaire procedure legde de korpsbeheerder hem op 1 december 2005 voorwaardelijk ontslag op met een proeftijd van drie jaar wegens plichtsverzuim.
Appellant stelde dat deze straf onevenredig zwaar was en dat er geen juiste belangenafweging had plaatsgevonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad achtte de gedragslijn van de korpsbeheerder om bij dergelijke feiten voorwaardelijk ontslag op te leggen niet onaanvaardbaar en vond de proeftijd van drie jaar passend.
De Raad benadrukte dat het gedrag van appellant, ook al was de overschrijding relatief beperkt, ernstig afbreuk deed aan de integriteit en betrouwbaarheid die van een politieambtenaar worden verwacht. De lange staat van dienst en het inzicht in de ernst van het gedrag vormden geen reden tot strafvermindering. De belangenafweging weegt het belang van een onberispelijk politiekorps zwaarder dan het belang van appellant op een lichtere straf.
De Raad wees ook het beroep op een misverstand over de mededeling van de korpschef af en vond dat de opgelegde straf rechtmatig en proportioneel was. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot oplegging van voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van drie jaar wegens rijden onder invloed alcohol.