ECLI:NL:CRVB:2008:BD7413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten
Appellante ontving bijstand van december 2001 tot februari 2006 en kreeg daarna een ouderdomspensioen. Tijdens een heronderzoek ontdekte het Dagelijks Bestuur dat appellante beschikte over een niet opgegeven bankrekening en inkomsten uit verkoopactiviteiten op rommelmarkten. Hierdoor werd een onderzoek gestart en bijstandsintrekking en terugvordering van €49.902,50 opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. Appellante had meerdere keren per maand spullen verkocht op rommelmarkten, wat zij niet had gemeld. Dit was een schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 65 van Pro de Algemene bijstandswet en artikel 17 van Pro de WWB.
De Raad oordeelde dat deze schending een rechtsgrond vormt voor intrekking van de bijstand, omdat niet kon worden vastgesteld of en in welke mate appellante bijstand behoefde. Appellante slaagde er niet in aan te tonen dat zij recht had op bijstand over de periode. Het Dagelijks Bestuur handelde binnen het beleid en de wet, en er waren geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. De terugvordering en intrekking zijn daarom terecht en de proceskosten worden niet aan appellante opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten worden bevestigd.