ECLI:NL:CRVB:2008:BD7431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens niet nakomen inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 1987 een WAZ-uitkering, laatstelijk berekend op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, terwijl hij tevens als zelfstandig veehouder werkzaam was. Het UWV verzocht herhaaldelijk om jaarstukken, boekhoudrapporten en aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2000 tot en met 2003, maar appellant verstrekte deze niet volledig. Na meerdere waarschuwingen en schorsingen werd de uitkering per 1 mei 2000 ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond wegens een motiveringsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat het UWV onterecht de uitkering had ingetrokken en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht op grond van artikel 70 WAZ Pro niet of niet behoorlijk was nagekomen, waardoor het UWV niet kon vaststellen of er nog recht op uitkering bestond. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalde omdat appellant onvoldoende concrete gegevens had overlegd en was gewaarschuwd voor de gevolgen van het niet nakomen van de informatieplicht.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de WAZ de uitkering heeft ingetrokken en dat er geen dringende redenen waren om daarvan af te zien. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering per 1 mei 2000 wordt bevestigd wegens niet nakomen van de inlichtingenplicht.