ECLI:NL:CRVB:2008:BD7432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich ziek vanwege rugklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV werd haar uitkering per 27 oktober 2004 herzien naar een verlies aan verdiencapaciteit van 15 tot 25%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zij meer beperkingen ondervindt dan aangenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen van het UWV-besluit. In hoger beroep stelde appellante dat zij twee van de drie functies niet kan uitoefenen vanwege een overschrijding van haar maximale belastbaarheid bij torderen. De Raad concludeerde dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende deugdelijk was omdat de bezwaararbeidsdeskundige niet adequaat had onderzocht of de overschrijding van 40 naar 45 graden torderen toelaatbaar was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante. Tevens werd het griffierecht vergoed. De medische grondslag werd wel onderschreven, maar de arbeidskundige basis ontbrak door het wegvallen van twee functies.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter Rottier en leden Riphagen en Bandringa en op 1 juli 2008 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering is vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing.