ECLI:NL:CRVB:2008:BD7435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, per 9 februari 2005 in te trekken. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en oordeelde dat de medische gegevens voldoende waren om de belastbaarheid van appellant vast te stellen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische verklaringen van zijn behandelend psychiater en de rapportage van REANED onvoldoende in de beoordeling waren betrokken. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep beperkt tot de intrekking van de WAO-uitkering en concludeert dat de belastbaarheid zoals vastgesteld door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringarts, mede gebaseerd op een expertise van psychiater IJsselstein, voldoende is onderbouwd.
De Raad ziet geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De verklaringen van psychiater Kok en de rapportage van REANED bieden geen objectieve medische onderbouwing die leidt tot een andere beoordeling. De intrekking van de WAO-uitkering wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd wegens onvoldoende medische onderbouwing voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.