ECLI:NL:CRVB:2008:BD7447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 43a WAO bij toekenning WAO-uitkering en ziekteoorzaak
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Assen over de toekenning van een WAO-uitkering aan een werkneemster die sinds 1998 arbeidsongeschikt was vanwege een dystrofie aan haar rechterbeen.
De werkgever maakte bezwaar tegen de hogere gedifferentieerde WAO-premie die voortvloeide uit de uitkering, waarbij het geschil zich toespitste op de vraag of de toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2001 voortkwam uit dezelfde ziekteoorzaak als in 1998, en of de toepassing van artikel 43a WAO terecht was.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor dezelfde ziekteoorzaak en verklaarde het beroep van de werkgever gegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, maar op andere gronden: het ontbrak aan bewijs dat de werkneemster na afloop van de wachttijd in 1999 arbeidsongeschikt was voor haar eigen werk, een vereiste voor toepassing van artikel 43a.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van de werkgever en wees het hoger beroep af. De medische rapporten en het ontbreken van een onderzoek naar het eigen werk waren doorslaggevend in de beoordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.