ECLI:NL:CRVB:2008:BD7559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en boete wegens niet-naleving informatieplicht WW-uitkering
Appellant ontving vanaf 5 januari 2004 een WW-uitkering en kreeg toestemming voor een proefplaatsing bij een werkgever van 1 april tot 30 juni 2005, gevolgd door een tweede proefplaatsing tot 1 oktober 2005. Het UWV herzag de uitkering per 1 juli 2005 omdat appellant niet had gemeld dat hij een nieuwe proefplaatsing was gestart zonder toestemming. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet verstrekken van volledige informatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij geen gronden aanvoerde tegen de terugvordering en de boete terecht was opgelegd. Appellant had vanaf juli 2005 geen melding gemaakt van de werkstage en had onjuiste verklaringen afgelegd over zijn werkzaamheden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere stellingen dat de proefplaatsing in overleg met het re-integratiebureau was gerealiseerd en dat hij ervan uitging dat het UWV hiervan op de hoogte was. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV terecht had gehandeld bij terugvordering en boeteoplegging.
De Raad wees tevens een verzoek om vergoeding van proceskosten af en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering en boete worden bevestigd.