ECLI:NL:CRVB:2008:BD7670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WW-uitkering wegens niet-gemeld verblijf in het buitenland
Appellant ontving vanaf 29 januari 2002 een WW-uitkering. In 2004 verbleef hij zonder toestemming van het UWV in Engeland voor een opleiding en vervolgpraktijkopleiding, wat hij niet op zijn werkbriefjes meldde. Het UWV stelde vast dat appellant niet aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en herzag de WW-uitkering over de periode van 6 september 2004 tot en met 13 november 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het recht op uitkering eindigde vanwege het verblijf in het buitenland anders dan wegens vakantie. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Appellant voerde aan dat hij het verblijf wel aan het re-integratiebureau had gemeld en betwistte de hoogte van het terugvorderingsbedrag.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank, stelde vast dat appellant zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen en dat het UWV terecht de uitkering heeft herzien en teruggevorderd. De boete werd eveneens bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening, terugvordering en boete worden bevestigd.