ECLI:NL:CRVB:2008:BD7685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing artikel 44 WAO met terugwerkende kracht zonder schending rechtszekerheid of vertrouwen
Appellante ontvangt sinds 1993 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft haar uitkering herzien op basis van haar inkomsten, waarbij de uitkering met terugwerkende kracht werd aangepast volgens artikel 44 van Pro de WAO. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugwerkende toepassing en stelde dat het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel waren geschonden, mede omdat zij meende dat het niet redelijkerwijs duidelijk was dat zij te veel uitkering had ontvangen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante op de hoogte was van de invloed van haar inkomsten op de uitkering en dat de brieven waarop appellante zich baseerde niet relevant waren voor de periode in geschil. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad stelde vast dat appellante het UWV tijdig had geïnformeerd over haar inkomsten en dat de terugwerkende toepassing van artikel 44 WAO Pro gerechtvaardigd was. Er was geen sprake van een schriftelijke, ondubbelzinnige toezegging die het vertrouwensbeginsel zou schenden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de terugwerkende toepassing van artikel 44 WAO rechtmatig is en wijst het beroep van appellante af.