ECLI:NL:CRVB:2008:BD7796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- A. Beuker-Tilstra
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Herroeping tenuitvoerlegging voorwaardelijk ontslag wegens onvoldoende bewijs plichtsverzuim
Appellant was sinds 1990 werkzaam bij de gemeente als installateur/onderhoudsmonteur en kreeg in 2003 een voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim, met een proeftijd van twee jaar. In 2005 besloot het college tot tenuitvoerlegging van dit ontslag vanwege vermeend ernstig plichtsverzuim, waaronder herhaald te laat komen en overtreding van ziekteverzuimvoorschriften.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij alleen het te laat komen op 1 februari 2005 werd aangenomen als plichtsverzuim. Appellant stelde dat hij door een file te laat was en dat er sprake was van overmacht. De Raad oordeelde dat het college geen deugdelijke gegevens had om te bewijzen dat appellant verwijtbaar te laat van huis was vertrokken.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en herroept het primaire besluit tot tenuitvoerlegging van het ontslag. Tevens veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. Dit arrest bevestigt dat in het ambtenarentuchtrecht voldoende bewijs noodzakelijk is voor disciplinaire sancties en dat twijfel in het voordeel van de ambtenaar moet worden uitgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk ontslag wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van plichtsverzuim.