ECLI:NL:CRVB:2008:BD7971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking van WAZ- en WAO-uitkering met beoordeling medische beperkingen en functies
Appellant, een voormalig zelfstandig champignonkweker, ontving sinds 2000 een WAO- en WAZ-uitkering wegens rug- en elleboogklachten. In 2005 werden deze uitkeringen ingetrokken vanwege een vermeende vermindering van arbeidsongeschiktheid tot onder de vastgestelde percentages. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit werd ongegrond verklaard door het Uwv.
In hoger beroep stelde appellant dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van het Uwv zijn medische beperkingen niet juist weergaf en dat de belasting van de functies onvoldoende was toegelicht. De Raad stelde vast dat appellant zijn stellingen omtrent ernstiger beperkingen niet met medische stukken had onderbouwd.
Na een nadere toelichting door de bezwaararbeidsdeskundige en het ongedaan maken van de maximering van de maatmanomvang, stelde het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid voor de WAO bij op 15 tot 25%. De Raad oordeelde dat de functies medisch passend waren en verklaarde het beroep tegen het besluit van 29 februari 2008 ongegrond.
De Centrale Raad vernietigde het besluit van 24 oktober 2005, verklaarde het beroep gegrond en handhaafde de rechtsgevolgen van de intrekking van de WAZ-uitkering. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 oktober 2005 wordt gegrond verklaard en het latere besluit van 29 februari 2008 wordt gehandhaafd.