ECLI:NL:CRVB:2008:BD8045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van heimelijk cameratoezicht en ontslag nachtbuschauffeur wegens plichtsverzuim
Betrokkene, werkzaam als nachtbuschauffeur bij RET, werd geobserveerd middels technische en dynamische observaties naar aanleiding van klachten over het niet afgeven van vervoersbewijzen. Het onderzoek vond plaats met heimelijke camera’s en observanten in een beperkte periode in 2004. Betrokkene werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het niet meegeven van vervoersbewijzen aan passagiers en het opnieuw verkopen van oude vervoersbewijzen.
De rechtbank verklaarde het ontslag onrechtmatig vanwege ontoelaatbaarheid van het cameratoezicht, maar de Raad vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het heimelijk cameratoezicht binnen de kaders van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en artikel 8 EVRM Pro viel, gelet op het gerechtvaardigde belang van de werkgever en de proportionaliteit en subsidiariteit van de maatregelen.
De Raad bevestigt dat het plichtsverzuim van betrokkene voldoende is vastgesteld en dat het ontslag niet disproportioneel is. Tevens wordt overwogen dat het beleid van appellant om bij herhaald ernstig plichtsverzuim strafontslag toe te passen, niet onredelijk is. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit tot ontslag wordt gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het ontslag van de nachtbuschauffeur wordt bevestigd.