ECLI:NL:CRVB:2008:BD8116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag nachtbuschauffeur na geoorloofd geheim cameratoezicht en plichtsverzuim
Betrokkene was nachtbuschauffeur bij RET en werd beschuldigd van plichtsverzuim omdat hij aan twee passagiers geen vervoersbewijs had meegegeven. Naar aanleiding van klachten voerde RET een onderzoek uit met dynamische observatie en geheim cameratoezicht in nachtbussen.
De rechtbank verklaarde het cameratoezicht onrechtmatig, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het cameratoezicht binnen de kaders van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) viel, proportioneel en subsidiariteit was gewaarborgd en dat het belang van de werkgever bij opsporing van fraude zwaarder woog dan het privacybelang van de chauffeur.
De Raad verwierp ook het beroep op artikel 441b Sr over wederrechtelijk cameragebruik, omdat het toezicht gerechtvaardigd was. Op basis van de beelden en observaties concludeerde de Raad dat betrokkene ernstig plichtsverzuim had gepleegd. Het ontslag werd niet als onevenredig beoordeeld, ondanks de lange staat van dienst van betrokkene.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee het ontslag werd bevestigd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat de situaties niet vergelijkbaar waren.
Uitkomst: Het ontslag van de nachtbuschauffeur wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd omdat het geheime cameratoezicht rechtmatig was en het plichtsverzuim voldoende is vastgesteld.