ECLI:NL:CRVB:2008:BD8413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitvoering rechtbankuitspraak inzake intrekking WAO-uitkering en medische toetsing
Appellante betwistte de intrekking van haar WAO-uitkering per 31 mei 2005 door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 15%. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde of het UWV de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 5 oktober 2006 correct had uitgevoerd, waarbij de toetsing zich beperkte tot de aspecten concentratie en geheugen. De Raad oordeelde dat het UWV met de aanpassingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van november 2006 voldoende rekening had gehouden met de beperkingen zoals vastgesteld door psychiater IJsselstein.
Appellante stelde dat nader medisch onderzoek noodzakelijk was, maar de Raad vond het ontbreken daarvan niet onzorgvuldig, mede omdat eerdere onderzoeken door verzekeringsarts en psychiater reeds hadden plaatsgevonden. De Raad verwierp ook het argument dat een latere herziening van de uitkering per april 2007 relevant was, omdat deze gebaseerd was op een verslechtering van haar gezondheid.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee werd het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.