ECLI:NL:CRVB:2008:BD8465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 6 mei 2004 door het UWV. Hij stelde dat de medische en arbeidskundige grondslag onjuist was en dat hij de functies waarop de schatting was gebaseerd niet kon vervullen. Ter onderbouwing overlegde hij een verklaring van een revalidatiearts.
De Raad benoemde een onafhankelijke revalidatiearts die een onderzoek verrichtte en concludeerde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst voldoende rekening hield met de klachten van appellant en dat hij de functies met zijn beperkingen kan vervullen. De Raad volgde deze deskundige, aangezien er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken.
De Raad verwierp het standpunt van appellant dat een deskundige niet kan beoordelen of hij de functies kan vervullen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 6 mei 2004 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.