ECLI:NL:CRVB:2008:BD8480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen van besluit bijstand ondanks vergunning verblijf met terugwerkende kracht
Appellant had vanaf 1997 diverse aanvragen om bijstand ingediend die waren afgewezen of buiten behandeling gesteld. Vanaf 26 maart 2002 werd hem bijstand toegekend. In 2004 verzocht appellant alsnog bijstand toe te kennen over de periode 1997 tot 25 maart 2002, wat werd afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, met als reden dat het College terecht weigerde terug te komen op een rechtens onaantastbaar besluit, ondanks dat appellant met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning had gekregen.
Appellant beperkte in hoger beroep zijn verzoek tot de periode van 13 juni 2000 tot 25 maart 2002. De Raad oordeelde dat de verleende verblijfsvergunning met terugwerkende kracht geen nieuw feit was, omdat appellant hiervan al op de hoogte was bij de toekenning van de bijstand per 26 maart 2002 en hij destijds in het besluit had berust.
De Raad concludeerde dat het College in redelijkheid kon weigeren terug te komen van het besluit en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien om het besluit van 8 juni 2006 onjuist te achten en geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College terecht heeft geweigerd terug te komen van het besluit tot bijstandverlening.