ECLI:NL:CRVB:2008:BD8495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 1996 arbeidsongeschikt wegens rugklachten en ontving een WAO-uitkering. In 2005 is deze uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd, waarbij zij oordeelde dat het Uwv niet van onjuiste medische beperkingen was uitgegaan en de geschiktheid van appellante voor bepaalde functies voldoende was gemotiveerd.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen ernstig waren onderschat en dat het Uwv ten onrechte geen informatie had opgevraagd bij haar huisarts en specialisten. Zij overhandigde medische informatie waaruit zwaardere rugafwijkingen zouden blijken. De Raad overwoog echter dat er voldoende specialistische informatie beschikbaar was, waaronder rapporten van radiologen en artsen, en dat de bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding zag om de huisarts te raadplegen.
De Raad concludeerde dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten dat met de beperkingen onvoldoende rekening was gehouden en dat de subjectieve klachten van appellante onvoldoende basis boden om het besluit te herzien. Ook achtte de Raad de betrokken functies passend binnen de mogelijkheden van appellante. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarom in stand en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de beperkingen van appellante niet zijn onderschat.