ECLI:NL:CRVB:2008:BD8551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige beoordeling
Appellant kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het UWV verklaarde bezwaar tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, ondanks motiveringsgebreken in de arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep betoogde appellant dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende gemotiveerd was en dat zijn psychische klachten en fysieke beperkingen onvoldoende in acht waren genomen. De Raad stelde vast dat er geen twijfel bestond aan de medische beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad oordeelde dat de arbeidskundige beoordeling in eerste aanleg onvoldoende transparant en toetsbaar was, maar dat in hoger beroep de rapportages van de bezwaararbeidsdeskundige aan de vereisten voldeden. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.