ECLI:NL:CRVB:2008:BD8596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling gemiddeld aantal arbeidsuren bij Wet BIA-uitkering voor oudere zelfstandige
Appellant, een oudere zelfstandige veehouder, ontving een uitkering op grond van de Wet BIA na intrekking van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het UWV stelde het gemiddeld aantal arbeidsurenverlies (gaa) vast op 38 uur per week, terwijl appellant stelde dat dit onjuist was en dat het op 31,25 uur had moeten worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het UWV-besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het Besluit waarin het gaa voor zelfstandigen op 38 uur werd vastgesteld, in strijd was met de Wet BIA en de Werkloosheidswet. Het UWV handhaafde het besluit in een nadere beslissing.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht het gaa op 38 uur had vastgesteld, omdat dit aansluit bij het aantal uren van een fulltime werknemer en in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd appellant in de proceskosten van het UWV veroordeeld en kreeg hij een vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit over het gemiddeld aantal arbeidsurenverlies bij de Wet BIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.