ECLI:NL:CRVB:2008:BD8600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na toekenning WW-uitkering en proceskostenveroordeling
Appellante was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Breda inzake een WW-uitkering. Tijdens het proces heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarbij alsnog met ingang van 1 maart 2005 een WW-uitkering aan appellante is toegekend. Hierdoor is het geschil tussen partijen komen te vervallen. De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante geen belang meer heeft bij een oordeel over de oorspronkelijke uitspraak.
Daarnaast heeft de Raad het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante, zowel voor de verleende rechtsbijstand in eerste aanleg als in hoger beroep, een totaalbedrag van €1.288. Tevens moet het UWV het door appellante betaalde griffierecht vergoeden.
De uitspraak is gedaan door voorzitter C.P.J. Goorden en griffier P. Boer op 16 juli 2008. Partijen hebben toestemming gegeven om nadere behandeling ter zitting achterwege te laten, waardoor het geschil op basis van de stukken is afgedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.