ECLI:NL:CRVB:2008:BD8611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig verklaring voor niet-betaalde premie volksverzekeringen 2001-2002
Appellant was door de Sociale verzekeringsbank (Svb) schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van een deel van de loonheffing en premie volksverzekeringen over de jaren 2001 en 2002. De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellant tegen deze beslissingen ongegrond verklaard, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij de ambtshalve vastgestelde aanslagen niet had ontvangen en geen contact had gezocht met de Belastingdienst.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen aangifte hoefde te doen, niet bekend was met de ambtshalve aanslagen en altijd voldoende medewerking had verleend. De Raad overwoog dat uit de door de Belastingdienst verstrekte gegevens blijkt dat de aanslagen ambtshalve zijn vastgesteld en dat appellant een deel van de verschuldigde bedragen niet heeft betaald.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 18, derde lid, onder a, van de Wet financiering volksverzekeringen (Wfv) appellant schuldig nalatig is voor de vastgestelde percentages. Omdat appellant geen informatie had overgelegd ter onderbouwing van zijn stellingen, kon het hoger beroep niet slagen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de schuldig nalatig verklaring wordt bevestigd.