ECLI:NL:CRVB:2008:BD8615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking terugwerkende kracht verhoging ouderdomspensioen AOW tot vijf jaar
Appellante, woonachtig in de Verenigde Staten, had in 1991 een AOW-pensioen toegekend gekregen met een korting wegens niet-verzekerde jaren. Bij een aanvraag van haar echtgenoot in 2002 bleek dat deze van 1960 tot 1979 vrijwillig verzekerd was geweest, wat een fout in de eerdere toekenning veroorzaakte. De Sociale verzekeringsbank (Svb) verhoogde daarop in 2003 het pensioen en toeslag met terugwerkende kracht tot vijf jaar.
Appellante stelde dat de terugwerkende kracht langer had moeten zijn dan vijf jaar. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de Svb het beleid correct heeft toegepast. Dit beleid houdt in dat terugkomen op een rechtens onaantastbaar besluit slechts mogelijk is bij een onmiskenbare fout en met een maximale terugwerkende kracht van vijf jaar.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van dit beleid en oordeelde dat dit niet in strijd is met geschreven of ongeschreven recht. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een ruimere terugwerkende kracht rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beperking van de terugwerkende kracht tot vijf jaar bevestigd.