ECLI:NL:CRVB:2008:BD8630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet rechtmatig verblijf in Nederland
Appellant, geboren in de voormalige Sovjet-Unie, woont sinds 2001 in Nederland met zijn partner en hun in Nederland geboren dochter. Hij heeft een aanvraag voor kinderbijslag ingediend, maar deze werd geweigerd omdat hij niet als verzekerde wordt aangemerkt onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) vanwege zijn niet rechtmatige verblijfsstatus.
De Raad overwoog dat het recht op kinderbijslag toekomt aan de verzekerde ouder en niet aan het kind zelf. Appellant verblijft weliswaar rechtmatig op grond van artikel 12 van Pro de Vreemdelingenwet, maar bezit geen verblijfstitel die vereist is voor verzekering onder de AKW. Bovendien verricht appellant als zelfstandig ondernemer geen arbeid in dienstbetrekking, waardoor hij ook op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen niet als verzekerde kan worden aangemerkt.
Appellant voerde aan dat zijn dochter dezelfde rechten zou moeten hebben als Nederlandse kinderen, verwijzend naar het EVRM en het IVRK. De Raad verwierp dit, stellende dat deze verdragen geen zelfstandig recht op kinderbijslag aan het kind toekennen en dat het beroep op non-discriminatie niet slaagt.
De Raad bevestigde het eerdere besluit van de rechtbank en wees het beroep van appellant af. Tevens merkte de Raad op dat appellant voor vragen over de premies volksverzekeringen die van zijn inkomen worden ingehouden zich tot een andere bevoegde instantie moet wenden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van kinderbijslag bevestigd wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en verzekeringsplicht.