ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ9140
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.F. Bijloo
- L.J.C. Hangx
- H. den Haan
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens ontbreken rechtmatig verblijf niet onrechtmatig
Eiseres, die sinds 1998 met haar kinderen in Nederland verblijft, verzocht kinderbijslag over het tweede kwartaal van 2010. De Sociale Verzekeringsbank weigerde dit omdat zij niet als verzekerde op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) kon worden aangemerkt vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf.
Eiseres stelde dat deze weigering in strijd was met artikel 14 en Pro 8 EVRM en diverse internationale verdragen, waaronder het IVRK. De rechtbank oordeelde dat het recht op kinderbijslag volgens de AKW aan de verzekerde ouder toekomt en niet aan het kind zelf. De rechtbank verwierp het beroep op het EVRM en internationale verdragen, stellende dat het ontbreken van rechtmatig verblijf een geldige grond is voor weigering en dat er geen positieve verplichting van de staat bestaat om kinderbijslag te verstrekken in deze situatie.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie en benadrukte dat de situatie van eiseres niet vergelijkbaar is met zaken waarin het Europees Hof voor de Rechten van de Mens positieve verplichtingen heeft vastgesteld. Ook werd het argument dat administratieve vereisten voor Roma problematisch zijn, niet voldoende geacht om de koppelingswetgeving buiten toepassing te laten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van kinderbijslag wegens ontbreken van rechtmatig verblijf wordt ongegrond verklaard.