ECLI:NL:CRVB:2008:BD8829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Onterecht intrekken bijstand na weigering huisbezoek zonder redelijke grond
Appellant ontving sinds 1985 bijstand en kreeg vanaf 1 april 2004 bijstand aanvullend op zijn ouderdomspensioen als alleenstaande met een toeslag van 20%. Het College vermoedde dat appellant een gezamenlijke huishouding voerde en wilde op 7 februari 2006 een huisbezoek afleggen, waaraan appellant weigerde mee te werken. Het College trok daarop de bijstand per die datum in en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde deze beslissing, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College geen redelijke grond had voor het huisbezoek. Uit rapporten bleek dat appellant een zelfstandige woonruimte bewoonde en geen gezamenlijke huishouding voerde. Ook waren er geen concrete objectieve feiten die het vermoeden konden ondersteunen.
De Raad stelde dat het College minder ingrijpende onderzoeksmiddelen had kunnen gebruiken en dat appellant niet kon worden tegengeworpen dat hij weigerde mee te werken. Het College was daardoor niet bevoegd de bijstand in te trekken. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit tot intrekking, en veroordeelde het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.